Interview NeurOp: “Inzet kunstmatige intelligentie in huurincasso maakt maatwerk op grote schaal mogelijk”

Op 17 april 2018 vindt alweer het derde Huurincasso Congres plaats in het Spant! te Bussum. Het congres staat geheel in het teken van ketensamenwerking, waarbij onderwerpen als vroegsignalering, gemeentelijke convenanten, privacy (AVG) en uiteraard (huur)Incasso de revue zullen passeren. Het Huurincasso Congres wordt financieel mogelijk gemaakt door de partners, waaronder NeurOp. Voor dit artikel hebben we NeurOp  vijf vragen gesteld inzake hun activiteiten en dienstverlening met betrekking tot huurincasso en ketensamenwerking.

Welke producten en/of diensten levert jullie organisatie om het huurincassoproces binnen de corporatiesector te verbeteren?

NeurOp: “NeurOp levert neurale oplossingen (kunstmatige intelligentie modellen) aan bedrijven die zelf niet over deze expertise beschikken, maar er wel hun voordeel mee kunnen doen. Voor credit management kennen we diverse   toepassingen voor procesoptimalisatie, zoals vroegsignalering van probleemschulden.

Kun je een concreet voorbeeld van een case geven waarin jullie organisatie aantoonbaar heeft bijgedragen om het huurincassoproces te optimaliseren?

NeurOp: “Ja en nee. Voor een grote hypotheekportefeuille hebben we een maatwerk oplossing gemaakt, die bij late betaling nauwkeurig voorspelt of de achterstand op zal lopen tot meer dan 6 maanden of niet. Onze klant kan hierdoor de beschikbare capaciteit effectiever op diverse groepen  laatbetalers inzetten en zo proactief en vroegtijdig bijdragen  om escalatie van betalingsproblemen te voorkomen. Anderzijds is het mogelijk om in gevallen waarvan je weet dat de kans op snelle betaling groot isflexibeler te zijn als het gaat om bijvoorbeeld een betalingsregeling. Gegeven de overeenkomsten tussen hypotheek en huur, zijn wij ervan overtuigd dat we vergelijkbare resultaten kunnen realiseren voor woningcorporaties.

Het Huurincasso Congres 2018 staat in het teken van het thema ketensamenwerking met als doel het voorkomen van problematische schulden. Wat is jullie visie op dit thema?

NeurOp: “In één woord: Vroegsignalering. Wanneer betalingsproblemen (te) groot zijn geworden, is het eigenlijk al te laat. De huurder is dan nauwelijks (meer) aanspreekbaar en  betalingsproblemen zijn alleen nog met tijdrovende inspanningen en kostbare inzet van schaarse middelen op te lossen . Als het gesprek met de huurder wordt aangegaan zodra de eerste betalingsproblemen zich openbaren, zijn er nog volop mogelijkheden om te voorkomen dat de problemen escaleren.  We vinden het mooi om op dit gebied innovatieve oplossingen te kunnen introduceren.

Welke trends en ontwikkelingen zien jullie voor de nabije toekomst met betrekking tot huurincasso?

NeurOp: “De inzet van kunstmatige intelligentie in het huurincasso proces maakt maatwerk op grote schaal mogelijk en daarmee ook  klantgericht incasseren. Het incassoproces wordt daardoor effectiever en efficiënter, terwijl de debiteur/huurder een meer persoonlijke benadering ervaart.

Welke tips hebben jullie voor de bezoekers van het Huurincasso Congres?

NeurOp: “Verdiep je in de mogelijkheden en onmogelijkheden van kunstmatige intelligentie ter verbetering van het huurincassoproces. Met deze techniek kun je efficiënter werken en tegelijkertijd klantgerichter omgaan met kwetsbare huurders.

NeurOp is als partner aanwezig op het Huurincasso Congres 2018 op dindag 17 april aanstaande in het Spant! te Bussum. Kijk voor meer informatie op www.huurincasso-congres.nl

Bron: Credit Expo / Huurincasso Congres / NeurOp

Interview Hafkamp Groenewegen gerechtsdeurwaarders: ‘Minnelijk oplossen is de toekomst voor huurincasso’

Op 17 april 2018 vindt alweer het derde Huurincasso Congres plaats in het Spant! te Bussum. Het congres staat geheel in het teken van ketensamenwerking, waarbij onderwerpen als vroegsignalering, gemeentelijke convenanten, privacy (AVG) en uiteraard (huur)Incasso de revue zullen passeren. Het Huurincasso Congres wordt mogelijk gemaakt door de partners, waaronder Hafkamp Groenewegen gerechtsdeurwaarders. Voor dit artikel hebben we Mark Hafkamp  vijf vragen gesteld inzake hun activiteiten en dienstverlening met betrekking tot huurincasso en ketensamenwerking.

Welke producten en/of diensten levert jullie organisatie om het huurincassoproces binnen de corporatiesector te verbeteren?

Hafkamp: “Naast de gebruikelijke minnelijke en gerechtelijke incasso, onderscheiden wij ons door veelvuldige inzet van huisbezoeken in het kader van vroegsignalering, de inzet van ontruimpreventie en de proactieve wijze waarop wij huurders benaderen om hen met name in de minnelijke fase tot betaling te bewegen. Wij kunnen de outsourcing van het complete debiteurenbeheer voor woningcorporaties faciliteren, vanaf de vervaldag tot aan de overdracht aan de deurwaarder.

Kun je een concreet voorbeeld van een case geven waarin jullie organisatie aantoonbaar heeft bijgedragen om het huurincassoproces te optimaliseren?

Hafkamp: “Met ons zusterbedrijf Asylos Incasso Service hebben wij het complete debiteurenbeheer van meerdere corporaties uitgevoerd. Het gaat dan om de verzorging van het complete minnelijke traject, inclusief huisbezoeken en een spreekuur op het kantoor van de corporaties. Corporaties betalen ook voor deze dienstverlening. Het resultaat: een sterke daling van de huurachterstanden, minder deurwaarderszaken, minder procedures en aanzienlijk minder kosten voor de huurder.

Het Huurincasso Congres 2018 staat in het teken van het thema ketensamenwerking met als doel het voorkomen van problematische schulden. Wat is jullie visie op dit thema?

Hafkamp: “Gerechtsdeurwaarders moeten deel uit maken van de keten rondom de huurder. Dat betekent voor ons ook actief deelnemen aan gesprekken met schuldhulpinstanties.

Welke trends en ontwikkelingen zien jullie voor de nabije toekomst met betrekking tot huurincasso?

Hafkamp: “Alles is bij ons gericht op minnelijke oplossingen. Procederen en ontruimen is een verloren wedstrijd. Deurwaarders krijgen meer tijd om huurachterstand te stabiliseren en de begeleiding van huurders naar een stabiele overdracht naar de verhuurder. Dit noemen wij de warme overdracht, waarbij ook naar de betaling van toekomstige termijnen is gekeken.”

Welke tips hebben jullie voor de bezoekers van het Huurincasso Congres?

Hafkamp: “Ga in gesprek met je deurwaarder, investeer in aandacht voor de huurder, bekijk het verdienmodel en besef dat er veel te winnen is als de deurwaarder al in een vroeg stadium kan optreden. Betrek de deurwaarder bij convenanten en maak hem een serieuze gesprekspartner in overlegstructuren van partners in het sociale netwerk.

Hafkamp is als partner aanwezig op het Huurincasso Congres 2018 op dindag 17 april aanstaande in het Spant! te Bussum. Kijk voor meer informatie op www.huurincasso-congres.nl

Bron: Creditexpo.nl / Hafkamp Groenewegen

Schuldinfo.nl – “Alle vonnissen e-Court in strijd met arrest incassokosten”

Volgens de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR / Sociaal Werk Nederland) beoordeelt e-Court niet of aan de voorwaarden voor het in rekening brengen van incassokosten wordt voldaan. Dat is in strijd zijn met een belangrijk arrest van de Hoge Raad. De voorzitter van e-Court, de heer Hanenburg, verklaarde al eerder in het Financieel dagblad dat als de gedaagde geen online verweer voert de vordering automatisch door e-Court wordt toegewezen aan de schuldeiser. Geen ambtshalve toetsing dus.

14-dagenbrief

Voordat een schuldeiser of incassobureau incassokosten in rekening mag brengen moet er eerst een aanmaning worden gestuurd met een betalingstermijn van minimaal veertien dagen. Deze aanmaning moet de hoogte van de incassokosten vermelden die verschuldigd zijn wanneer niet op tijd wordt betaald.
Het versturen van deze 14-dagenbrief is een harde voorwaarde om bij een volgende stap incassokosten in rekening te mogen brengen. Zo nodig zal de schuldeiser moeten aantonen dat deze brief is verstuurd en door de debiteur is ontvangen.

Arrest Hoge Raad

In het arrest van 25 november 2016 heeft de Hoge Raad bepaald dat de debiteur 14 dagen de tijd moet hebben om te betalen en dat deze termijn ingaat na ontvangst van de 14-dagenbrief.
De Hoge Raad heeft verder bepaald dat de formulering is deze brief heel precies komt.

De volgende formuleringen zijn niet geldig:
“betaal binnen 14 dagen na heden” of “betaal binnen 14 dagen na datum van deze brief”
Een 14-dagenbrief met deze tekst is niet geldig met als gevolg dat er geen incassokosten berekend mogen worden.

Wel geldig is de formulering:
“betaal binnen 14 dagen vanaf de dag nadat deze brief bij u is bezorgd”

Ambtshalve toetsing

De Hoge Raad heeft in het arrest eveneens bepaald dat de rechter ambtshalve moet beoordelen of aan de voorwaarden voor het in rekening brengen van incassokosten wordt voldaan. In rechtsoverweging 3.5.3. van het arrest van de Hoge Raad staat:
“In verstekzaken zal de schuldeiser voldoende concrete feiten en omstandigheden moeten stellen waaruit de rechter kan afleiden dat de veertiendagenbrief (uiterlijk) op de door de schuldeiser gestelde datum door de schuldenaar is ontvangen. Daartoe kan de schuldeiser in beginsel (ook) de dag van verzending stellen en aannemelijk maken.”

De ‘dag van verzending stellen’ betekent dat de datum in de dagvaarding moet zijn vermeld. Hoe de dag van verzending aannemelijk gemaakt moet worden staat niet in het arrest, maar dat kan haast niet anders dan een kopie van de 14-dagenbrief bij de dagvaarding te voegen.
Het LOCK heeft voor de overheidsrechtspraak deze werkwijze in een aanbeveling vervat, maar ook zonder deze aanbeveling blijkt de noodzaak hiertoe uit het arrest zelf.

E-Court kijkt niet naar de incassokosten

In het rapport “Rechtspraak op bestelling?! Stop commerciële rechtspraak” zette de LOSR al grote vraagtekens bij de onafhankelijkheid van e-Court en de grondigheid waarmee ambtshalve wordt getoetst. Uit verder dossieronderzoek blijkt nu dat er t.a.v. incassokosten helemaal geen ambtshalve toetsing plaats vindt.

Vastgesteld is dat:

  • in de oproeping om voor e-Court te verschijnen de datum verzending van de 14-dagenbrief niet wordt gesteld (zie als voorbeeld deze oproep);
  • de 14-dagenbrief niet in het e-Court dossier zit;
  • er in het vonnis van e-Court geen overweging aan gewijd wordt.

De arbiter c.q. de robotrechter kan dus onmogelijk vaststellen of aan de voorwaarden wordt voldaan. Hiermee zijn alle vonnissen van e-Court in strijd met het arrest!

E-Court geeft het zelf toe

In een interview in het Financieel dagblad geeft de voorzitter van e-Court, de heer Hanenburg, zelf aan dat er geen ambtshalve toetsing plaatsvindt:

“Bij verstekzaken, dus als de gedaagde online geen verweer voert, wordt de vordering automatisch toegewezen aan de schuldeiser. Zo werkt het rechtssysteem, ook bij de kantonrechter.”

Dit laatste is niet juist, want bij de overheidsrechter vindt wel een ambtshalve toetsing plaats, maar bij e-Court dus kennelijk niet. En dat is in strijd met het recht.

Automatisch stempel van de rechter

Het vonnis van e-Court wordt pas afdwingbaar wanneer de rechter er een stempel op zet. Pas met dit verlof tot tenuitvoerlegging (exequatur) kan er loonbeslag worden gelegd. In de praktijk vraagt e-Court dit aan bij de rechtbank Almelo. Dat e-Court niet ambtshalve toetst zou reden moeten zijn om geen verlof tot tenuitvoerlegging te verlenen. Maar ook de rechtbank Almelo werkt als een stempelmachine.

Meer informatie
Rechtspraak op bestelling?!
Achtergrondinfo incassokosten

Bron: www.schuldinfo.nl / André Moerman

Reactie Kabinet op Manifest Nederland Schuldenvrij

Vragen van het kamerlid Jasper van Dijk (SP) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Veiligheid en Justitie over het Manifest Schuldvrij! en incassobureaus die te snel naar de rechter stappen (ingezonden 20 oktober 2017).

Antwoord van Staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de Minister voor Rechtsbescherming (ontvangen 2 januari 2018).

Vraag 1, 2 en 3 Kent u het Manifest Schuldvrij?1 Kunt u reageren op de vijf afzonderlijke punten uit het Manifest? Onderschrijft u de petitie en gaat u deze ondertekenen?

Antwoord 1, 2 en 3. Wij waarderen het dat de initiatiefnemers aandacht hebben voor dit maatschappelijke vraagstuk. Het kabinet onderschrijft het belang van het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden en de noodzaak voor een effectievere hulpverlening. Het kabinet kiest, zoals ook blijkt uit het regeerakkoord, voor een andere uitwerking. Hieronder lichten we dit toe aan de hand van de suggesties uit het manifest:

• «Stop het beboeten van armoede». Dit sluit aan bij de Rijksincassovisie(2), waarin centraal staat dat mensen verantwoordelijk zijn voor het nakomen van hun financiële verplichtingen en tegelijkertijd slechts één afloscapaciteit hebben. Om deze visie te realiseren blijft het kabinet werken aan onder andere de vereenvoudiging van de beslagvrije voet, zullen de stapeling van boetes vanwege te laat betalen en bestuursrechtelijke premies worden gemaximeerd en mogelijkheden voor betalingsregelingen worden uitgebreid.

• «Stop wanpraktijken incasso-industrie». Het kabinet gaat aan de slag met de uitwerking van het in het regeerakkoord aangekondigde incassoregister (PDF, zie pagina 27). Met de branche en andere betrokken (maatschappelijke) organisaties zal in 2018 bezien worden hoe dit op de beste wijze geregeld kan worden.

• «Heroverweeg de marktwerking voor gerechtsdeurwaarders» is in principe niet aan de orde. De toenmalig Minister van Veiligheid en Justitie heeft deze zomer wel een commissie ingesteld(3) die onderzoek verricht en aanbevelingen doet om het stelsel van financiering van gerechtsdeurwaarders te actualiseren en toekomstbestendig te maken. In dit onderzoek zal ook aandacht zijn voor de marktwerking.

• «Geef de overheid één gezicht», sluit ook aan bij de Rijksincassovisie. Een concrete uitwerking is het clusteren van gerechtsdeurwaarderstrajecten van overheidsorganisaties bij het CJIB om meer persoonsgericht te werken en voor de incasso van verschillende vorderingen van de rijksoverheid bij één schuldenaar dezelfde deurwaarder in te zetten.(4)

• Een «Perspectief op schuldenvrij bestaan» is mogelijk via het minnelijke traject van de gemeentelijke schuldhulpverlening of via het wettelijke traject van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). Om het schuldhulpverleningstraject te verbeteren zal het kabinet programmatische afspraken maken met gemeenten. Ook zal de juridische afhandeling van schulden worden verbeterd. Voor de aanpak van problematische schulden zijn gemeenten, departementen, overheidsorganisaties en private partijen aan zet. De uitwerking van het regeerakkoord en de hiervoor genoemde plannen landen in een brede schuldenaanpak van het kabinet, waarover wij u in het voorjaar van 2018 informeren(5).

Vraag 4 en 5 Deelt u de mening dat de overheid de slechtste schuldeiser is? Wat onderneemt u om van de overheid de netste schuldeiser te maken?

Antwoord 4 en 5. Er zijn zeer verschillende situaties waarin de overheid als incasseerder optreedt. De terugbetaling van een studielening vraagt bijvoorbeeld om een ander incassobeleid dan de incasso van een strafrechtelijke sanctie. Mensen zijn verantwoordelijk voor het nakomen van financiële verplichtingen. Tegelijkertijd moet er rekening mee worden gehouden dat schuldenaren maar over één afloscapaciteit beschikken. De overheid heeft als schuldeiser een bijzondere verantwoordelijkheid om onnodige vergroting van schulden te voorkomen. In dat kader lopen verschillende trajecten en zoals ook toegelicht in het antwoord op vraag 1 is het kabinet voornemens om uitwerking te geven aan een brede schuldenaanpak.

Vraag 6 Wat gaat u doen om de extra kosten voor mensen die een boete niet kunnen betalen zo veel mogelijk te reduceren?

Antwoord 6.De overheid heeft als schuldeiser een bijzondere verantwoordelijkheid om onnodige vergroting van schulden te voorkomen, onder meer door het beperken van extra kosten voor mensen die een boete niet kunnen betalen. Voor de strafrechtelijke boetes en de administratieve verkeersboetes (Wahv) geldt dat in de afgelopen jaren de mogelijkheden tot het treffen van betalingsregelingen zijn uitgebreid. Zo is per 1 september 2017 een nieuw beleidskader van het openbaar ministerie in werking getreden dat het treffen van betalingsregelingen bij sancties boven een bedrag van 225 euro als uitgangspunt heeft. Hiermee zijn aan de voorkant van het inningproces maatregelen getroffen om betrokkenen ruimte te bieden tot betaling en daarmee extra kosten te voorkomen. In het kader van de motie van de leden Kooiman (SP) en Recourt (PvdA)(6) die ziet op het mogelijk maken van betalen in termijnen van verkeersboetes lager dan 225 euro voor mensen die vallen onder de normen die gelden voor de bijstand, onderzoekt de Minister voor Rechtsbescherming een verdere verruiming. Daarnaast wordt in de uitwerking van het regeerakkoord ingezet op direct contact met schuldenaren. Ten aanzien van het maximeren van de stapeling van boetes vanwege te laat betalen wordt Rijksbreed bezien hoe hier invulling aan kan worden gegeven en welke uitvoeringsorganisaties hierbij betrokken worden.

Vraag 7 Wat gaat u doen om de extreem hoge kosten aan terug te vorderen toeslagen terug te dringen, wetende dat dit vaak een reden is waarom mensen in de schulden belanden?

Antwoord 7. De beste manier om terugvorderingen terug te dringen is voorkomen dat ze ontstaan. Omdat toeslagen gekoppeld zijn aan het actuele inkomen zijn de inspanningen er op gericht om burgers te helpen met het inschatten van hun inkomen en te attenderen bij bepaalde wijzigingen in hun leefsituatie die gevolgen hebben voor hun toeslagen, zoals het bereiken van de AOW-leeftijd of als kinderen in de basisschool- of middelbare schoolleeftijd komen. Dit voorkomt terugvorderingen. De overzichten uit de halfjaarrapportages van de Belastingdienst(7) laten zien dat de inspanningen effect hebben. Het percentage terugbetalingen is gedaald naar 27%, het feitelijk aantal is afgenomen met 900.000.

Vraag 8 Bent u bereid coulantere afbetalingsregelingen voor terug te vorderen toeslagen in te stellen?

Antwoord 8. Een toeslagschuld mag in beginsel in 24 maandelijkse termijnen worden terugbetaald, dat is al coulant. Daarnaast is er ook een maatwerkregeling mogelijk die rekening houdt met individuele financiële omstandigheden. Naar verwachting wordt het vanaf 1 januari 2019 (de voorziene inwerkingtredingsdatum van de Fiscale vereenvoudigingswet 2017) bovendien mogelijk voor burgers om één betalingsregeling te treffen voor de totale belasting- en toeslagschuld. Er zal dan niet langer sprake meer zijn van een stapeling van betalingsregelingen, gekoppeld aan individuele terugvorderingen of belastingaanslagen, maar alle schulden die een burger heeft bij de Belastingdienst worden samengenomen en als één schuld behandeld. Voor toeslagschulden wordt het beleid op sommige onderdelen coulanter en op andere onderdelen minder coulant. Zo wordt het mogelijk om kwijtschelding van toeslagschulden te verkrijgen, maar wordt de standaardbetalingsregeling van 24 maanden ingekort. De maatwerkregeling voor burgers met een relatief laag inkomen of hoge kosten voor levensonderhoud blijft bestaan.

Vraag 9 Bent u bereid een verbod op het bedrijfsmatig opkopen van incasso’s in te stellen?

Antwoord 9. Op dit moment ziet de Minister voor Rechtsbescherming geen aanleiding voor een verbod op doorverkoop van schulden. De Minister verwijst naar het antwoord op vragen van de SP over (een onderzoek naar) een verbod op doorverkoop van schulden.8

Vraag 10 en 11 In hoeverre is het Zweedse incassomodel, waarbij één centrale partij incasseert, volgens u mogelijk in Nederland? Wilt uw antwoord toelichten? Welke mogelijkheden ziet u om naar één deurwaarder per gezin te gaan?

Antwoord 10 en 11. In Zweden wordt reeds enige tijd gewerkt met een Rijksincassodienst (Kronofogdenmyndigheten). In deze organisatie is, samengevat, het verstrekken van een executoriale titel (rechterlijke macht), de executie daarvan (ambtshandeling van de gerechtsdeurwaarder), schuldhulp (minnelijk traject) en schuldsanering (equivalent van de WSNP) samengebracht. De exacte werking van dit systeem en de toepasbaarheid van elementen daarvan binnen de Nederlandse context vraagt om nadere bestudering. Hierover is ook contact met de initiatiefnemers van het manifest. De Staatssecretaris van SZW is voornemens om onderzoek te doen en u daarover te informeren. Daarnaast is in het verlengde van de Rijksincassovisie uitvoering gegeven aan de clustering Rijksincasso, zie ook het antwoord op vraag 1.

Vraag 12 Wat is uw reactie op de uitzending van Nieuwsuur over incassobureaus die te snel naar de rechter stappen?(9)

Antwoord 12. Over de in deze uitzending behandelde incassopraktijken informeerde de toenmalige Minister van Veiligheid en Justitie uw Kamer in antwoord op de vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) over incassobureaus en de dubieuze handel in schulden.(10)

Vraag 13 Kunt u aangeven hoeveel het de overheid heeft gekost, aangezien er vorig jaar 300.000 schuldprocedures voor de rechter zijn gekomen?

Antwoord 13. In de systemen van de rechtspraak wordt niet geregistreerd op de zaakscategorie incassozaken. De Raad voor de rechtspraak heeft de Minister voor Rechtsbescherming laten weten dat voor het aantal incassozaken wel indicaties kunnen worden ontleend aan het aantal verstekuitspraken van de kantonrechter. Verreweg de meeste van dat soort verstekzaken zijn namelijk incassozaken. Van de kantonzaken op tegenspraak betreft slechts een klein deel incassozaken. In de periode 1 januari 2014 t/m 9 oktober 2017 zijn door de kantonrechter circa 1,2 miljoen zaken bij verstek afgedaan. In diezelfde periode zijn circa 227.000 kantonzaken op tegenspraak behandeld. Op jaarbasis gaat het grosso modo om 370.000 kantonzaken waarvan 310.000 bij verstek en 60.000 op tegenspraak. Met de nodige slagen om de arm zal het dus jaarlijks om enkele honderdduizenden incassozaken gaan.

Vraag 14 Deelt u de mening dat het businessmodel van schuldopkopers (een gang naar de rechter met een slecht onderbouwd dossier) verwerpelijk is? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?

Antwoord 14. Om betaling af te dwingen kan een gang naar de (kanton)rechter nodig zijn. De rechter oordeelt in individuele gevallen over de vorderingen van incassobureaus. Het civiele recht verplicht een eiser om de gronden voor zijn vordering uiteen te zetten. De eiser moet aangeven op welke overeenkomst de betaalverplichting betrekking heeft, in hoeverre aan die verplichting is voldaan, welk bedrag nog openstaat en dat de schuldenaar in verzuim is. Indien buitengerechtelijke incassokosten worden gevorderd, moeten die worden onderbouwd. De stellingen van eiser moeten voldoende concreet zijn voor een schuldenaar om zich daartegen te verweren en voor de rechter om een vordering te kunnen toewijzen. Als de schuldenaar geen verweer voert, gaat de rechter uit van de juistheid van de stellingen, tenzij de vordering hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). Bij twijfel over de rechtmatigheid of gegrondheid kan de rechter de eiser om nadere inlichtingen of stukken vragen. De rechter moet, ook in verstekzaken, ambtshalve het recht van openbare orde en dwingend recht toepassen. Zo moet de rechter bij vorderingen op consumenten-schuldenaren ambtshalve toetsen op oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden. Ook dient de rechter de voor de consumentschuldenaar dwingendrechtelijke regels over incassokosten (art. 6:96 lid 5–7 BW) toe te passen. De rechter beoordeelt derhalve of overeenkomstig deze regels is gehandeld, zoals met betrekking tot de hoogte van de incassokosten en het verzenden van een brief waaruit blijkt dat de schuldenaar nog een uiterste termijn heeft gekregen waarbinnen betaald kan worden, zonder dat incassokosten verschuldigd worden (vgl. HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704).

Vraag 15 Wat gaat u doen om mensen te beschermen tegen incassobureaus die schuldenaren laten opdraaien voor onterechte kosten?

Antwoord 15. Het kabinet heeft aandacht voor het tegengaan van misstanden in de incassobranche. Zie de antwoorden op vraag 1, 9 en 16.

Vraag 16 Welke vervolgactie heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in gang gezet naar aanleiding van het onderzoek naar de handelspraktijken van incassobureaus?

Antwoord 16. De aanpak van de ACM kent een aantal sporen, met name voorlichting, onderzoek en handhaving. De ACM is in 2016 samen met de Autoriteit Financiële Markten (AFM) gestart met een algemene voorlichtingscampagne over de rechten van consumenten bij incasso. De minder zelfredzame consument hoopt de ACM nu te bereiken via intermediairs zoals schuldhulpverleners, maatschappelijk werk, thuisadministratie-hulpverleners en budgetcoaches. Op 1 november 2017 is door de ACM een online toolkit gestart die het de hulpverleners makkelijker maakt om namens hun cliënten in actie te komen tegen oneerlijke incassopraktijken. Met de geboden hulpmiddelen kunnen zij cliënten snel zekerheid geven over hun rechten bij incasso en hoe zij hun recht kunnen halen. Daarnaast hebben in oktober 2017 na onderzoek van de ACM tien grote telecombedrijven hun incassopraktijk aangepast. Uit eerder onderzoek concludeerde de ACM dat veel incassotrajecten van consumenten voortkomen uit telecomabonnementen. De telecombedrijven hebben hun incassopraktijk en hun informatie voor consumenten aangepast of gaan dat op korte termijn nog doen. Verder heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in november vorig jaar aangekondigd handhavend op te treden in de incassosector. De ACM heeft bedrijfsbezoeken afgelegd. De ACM doet hierover, lopende het onderzoek, geen mededelingen over.

1 Manifest via de website van de correspondent
2 Kamerstuk 24 515, nr. 336
3 Zie Staatscourant 2017 nr. 30516 d.d. 2 juni 2017.
4 Kamerstuk 24 515, nr. 382.
5 Kamerstuk 24 515, nr. 410
6 Kamerstuk 34 086, nr. 34.
7 Zie o.a. 20e Halfjaarrapportage Belastingdienst, Kamerstuk 31 066, nr. 389.
8 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 2659.
9 Nieuwsuur, 16 oktober 2017 10 Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 2659.

Bron: Tweede Kamer